Het allereerste begin
Op 31 juli 1912 wordt in een café aan de Kalsdonksestraat RBC opgericht onder de naam Excelsior (dat ‘Hoger Op’ betekent) door de eigenaar van dat café, Frans Mathijssen, en Anton Poldermans. Mathijssen neemt zowat alle taken binnen de nieuwe vereniging op zich. Hij wordt voorzitter, secretaris en penningmeester tegelijk en op het veld is hij ook nog eens aanvoerder van de ploeg. In de eerste jaren wordt er nog niet in competitieverband gespeeld, maar worden er partijtjes gespeeld tegen buurtclubjes, plaatselijke clubjes en militaire teams. Er wordt gespeeld op een van de vele weilanden in Kalsdonk en aan de Bredaschebaan. Zo wordt een locatie vermeld, gelegen op de plaats waar nu de voormalige Marechausseekazerne staat. Ook een wei op de plaats waar nu het Marconiplein ligt, duikt regelmatig op. De kleuren waarin gespeeld wordt, zijn blauw-zwart. Excelsior is een echte volksclub. Bijna alle leden wonen in Kalsdonk, een kleine maar echte volksbuurt, gelegen rond een van de grootste stijfselfabrieken ter wereld, de Koninklijke Stijfselfabriek v/h F. Heumann & Co. Ze wonen in slechte staat verkerende eenkamerwoninkjes in gangen achter en tussen de Kalsdonksestraat, Hoogstraat en Bredaschebaan. Werken doen ze in de stijfselfabriek, van maandag t/m zaterdag van zes uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds. Op zondag gaan ze eerst naar de Antonius kerk, daarna wordt er gevoetbald.
Op het midden van de foto staan Frans Mathijssen en zijn vrouw, ‘de vader en moeder’ van RBC. De foto is gemaakt voor hun café. Zij poseren samen met ingekwartierde militairen die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog massaal in Roosendaal gelegerd zijn ter bescherming van de Nederlandse neutraliteit.