Toetreding tot betaald voetbal
Sinds de Watersnoodwedstrijd in 1953, waarin de in het buitenland spelende Nederlandse profs het sterke Frankrijk verslaan, wordt de roep om betaald voetbal in Nederland steeds groter. De KNVB houdt echter star vast aan het amateurisme. Voorstanders van betaald voetbal richten een eigen voetbalbond op, de NBVB, en er worden tien profclubs opgericht. De eersteklassers dreigen nu hun beste spelers kwijt te raken aan de nieuwe profclubs. Als de profcompetitie van start gaat, bezoekt het publiek ook nog eens massaal deze wedstrijden. De eersteklassers dringen bij de KNVB aan op maatregelen. Ook R.B.C. komt in protest als de NBVB bij de gemeente Roosendaal het verzoek indient om de profwedstrijd tussen Rotterdam en Den Haag op het Red Band Sportpark te mogen laten spelen. R.B.C. speelt die zondag echter thuis op De Luiten tegen Xerxes en vraagt burgemeester Freijters om een speelverbod. Die geeft gehoor aan het verzoek waardoor er voorlopig geen profvoetbal is te zien in Roosendaal. Een maand later is alles anders. De KNVB en de NBVB komen tot overeenstemming en de KNVB gaat akkoord met de invoering van betaald voetbal. Er wordt besloten om de profvoetbalcompetitie van de NBVB en de vier Eerste Klasse competities van de KNVB stop te zetten en een nieuwe profcompetitie te starten. Op dat moment zijn er inmiddels tien wedstrijden gespeeld en staat R.B.C. op de vijfde plaats in de Eerste Klasse C,. De nieuwe profcompetitie bestaat uit vier Eerste Klassen. R.B.C. is ingedeeld in de Eerste Klasse D. De eerste wedstrijd als profclub spelen de oranjehemden in De Vliert tegen BVV. Er wordt met 5-2 verloren. Een week later is het betaald voetbal voor het eerst in Roosendaal te bewonderen. Op De Luiten wint R.B.C. met 1-0 van Xerxes door een goal van Piet Bruijninckx.

Op 17 januari 1954 speelt R.B.C. in De Kuip tegen Feijenoord. Na een 1-0 achterstand weet Kees Cools de gelijkmaker binnen te schieten. De Rotterdammers winnen echter met 2-1.